Instructor – veiligheidseisen

E = Enigszins / G = Goed / U = Uitstekend

Veiligheid op wild water Instr...
A
Instr...
B
Instr...
C
Instr...
D
Zelfredding
Beheerst uitstappen onder water en eigen materiaalberging G U U U
Beheerst zwemmen en lopen (WW II) G G U U
Beheerst zwemmen, defensief en offensief, en lopen (WW III) G U
Een opgegeven route kunnen zwemmen met/zonder materiaal G U
Voorkomen van incidenten
Vaargedrag in de groep G U U U
Overzicht over de groep, inzicht in juiste wildwaterkeuze en met wie te varen E G U U
Groep beheerst kunnen leiden door een traject (WW II) U U U
Groep beheerst kunnen leiden door een traject (WW III) G U U
Groep beheerst kunnen leiden door een traject (WW IV) U G U
Een traject kunnen overzien, risico’s vooraf kunnen inschatten, en een beveiligingsplan opstellen (WW II) U U U
Een traject kunnen overzien, risico’s vooraf kunnen inschatten, en een beveiligingsplan opstellen (WW III) G U U
Een traject kunnen overzien, risico’s vooraf kunnen inschatten, en een beveiligingsplan opstellen (WW IV) G G
Werplijn
Weten hoe een werplijn te gooien en met een werplijn te redden G U U U
Technisch goed en zeker een werplijn gooien (ook met lijn uit zak, op meer manieren kunnen gooien) G G U U
Trefzeker gooien, en positie van gooiers kunnen bepalen langs een riviertraject G U U
Werplijn effectief kunnen benutten in panieksituaties (bijv. snel vanuit de boot, onverwachtse positieveranderingen. Twee drenkelingen vlak na elkaar) E G G
Redden door zwemmen, reiken, lopen (zonder in de boot kajak te zitten)
Redding door reiken van peddel, boomtak, arm G U U U
Redding door gecontroleerd aangelijnd lopen G U U U
Redding van zwemmer en/of materiaal, zwemmend (ww II) E G U U
Redding van zwemmer en/of materiaal, zwemmend (ww III) E G U
Zwemreddingen met lijn
Weten hoe gered te worden door een aangelijnde springer U U U U
Redding aangelijnd, springend G G U U
Aangelijnd springen met onverwachte veranderingen van springplek E G U
Aangelijnde redding met meer dan een touwlengte G U
Reddingen vanuit boot, materiaal
Met twee peddels kunnen varen G U U U
Cowtail en panieksluiting kunnen gebruiken en zelfredding uitvoeren G U U U
Met aangelijnde boot beheerst een traject kunnen varen (ww II) E U U U
Met aangelijnde boot beheerst een traject kunnen varen (ww III) G U U
Met aangelijnde boot beheerst een traject kunnen varen (ww IV) G U
Kunnen uitstappen met aangelijnde boot op verschillende plaatsen in de rivier. Materiaal veilig kunnen stellen E G G U
Reddingen vanuit boot, persoon
Weten hoe gered te worden door kajakker in een boot G U U U
Een zwemmend persoon aan de achterpunt beheerst kunnen verplaatsen G U U U
Persoon en materiaal beheerst kunnen bergen E G G U
Bewusteloos persoon kunnen redden E E G
Communicatie
Basistekens G U U U
Extra tekens en onderlingen afstemming daarvan G U U U
Relevante informatie kunnen overbrengen buiten directe gehoorafstand E G G G
Touwtechniek
Basisknopen (halve- en hele mastworp en teruggestoken achtknoop) E G U U
Vervolgknopen en overvaren van een lijn E G U
Eenvoudig takelsysteem (vector pull, z-drag) G G U
Takelsystemen en improvisaties (pig rig, improvisatie met beschikbaar materiaal) G U
Geavanceerde touwtechnieken
Verklemde of gepinde boot zekeren en bergen E G G U
Boot en persoon bergen zonder tijdsdruk G G U
Organisatie
Situatie begrijpen en coöperatief opstellen E G U U
Onder begeleiding actief meewerken aan een reddingsplan E G U U
Delen van een reddingsplan zelfstandig uitvoeren, anderen effectief inzetten daarbij G G U
Een reddingsplan coördineren, overzicht houden over de groep en de omgeving, verantwoord bergen, evacuatieplan etc. E G G
Gevorderd
Een reddingsplan coördineren, overzicht houden over de groep en de omgeving, verantwoord bergen etc. in geval van een onduidelijke beginsituatie E G G
Dam/wals, reddingen met lijnen, kajak, raft E G U U
Organiseren van een evaluatie en nazorg E G G
Advertenties